06-03-12

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht, wat is dat echt?

Dit artikel is geschreven met passage uit vaste rechtspraak. Die worden in schuine tekst  geplaatst zodat het onderscheid met mijn eigen tekst duidelijk is.

 

Volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State en van het Hof van Cassatie is er sprake van administratieve overheid wanneer de instelling in kwestie de mogelijkheid heeft beslissingen te nemen die derden eenzijdig binden.

 

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft enkel een adviserende bevoegdheid. Een beroep tot nietigverklaring tegen de adviezen van de VCT is onontvankelijk omdat ze, ongeacht de vorm waarin ze zijn gesteld, geen bestuursrechtelijke handelingen zijn in de zin van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (Raad van State nr 27.953 van 19 mei 1989).  

 

In tegenstelling tot wat sommigen de mensen proberen wijs te maken (of hen ermee proberen op te jutten) heeft de Vaste Commissie voor Taaltoezicht dus geen bindende uitspraken en is de gemeente dus ook niet verplicht deze adviezen op te volgen.

 

Uit het het  Arrest van de Raad van State nr. 184.353 van 19 juni 2008kunnen we ook afleiden dat het niet de VCT toekomt om een authentieke uitleg te geven aan de taalwetten: In tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij in haar tweede middel betoogt, is de interpretatie die de bestreden beslissing aan artikel 25 van de bestuurstaalwet geeft dan ook niet onwettig en is zij op dat vlak afdoende gemotiveerd, ook al wijkt die interpretatie af van “de vaste rechtspraak van de vaste Commissie voor Taaltoezicht”. Op geen enkele wijze toont de verzoekende partij immers aan waarom een interpretatie die afwijkt van de adviezen van de Commissie - adviezen die geen bindende kracht hebben en geen jurisdictionele beslissingen zijnde bestuurlijke beslissingen die op die afwijkende interpretatie steunen onwettig zou maken. De verzoekende partij noemt de Commissie immers ten onrechte “het enige administratieve orgaan dat bevoegd is om de wetgeving betreffende het taalgebruik in administratieve zaken te interpreteren” : zij dicht aldus de Commissie een bevoegdheid tot authentieke interpretatie van de wetten toe en gaat daarmee voorbij aan artikel 84 van de Grondwet, luidens welke bepaling alleen de wet een authentieke uitlegging van de wetten mag geven. Zij zou ook dwalen mocht zij daarmee hebben bedoeld dat alle rechtscolleges, de Raad van State inbegrepen, aan wie het toevalt in voorkomend geval de betrokken wetgeving te interpreteren, de adviezen van de Commissie zouden moeten volgen. Het lijkt ons dus duidelijk dat de klagende partij juridisch dwaalt wanneer ze zich baseert op de loutere adviezen van de VCT.

Ik weet echt niet of dit duidelijker kan geschreven worden. In mensentaal: de VCT heeft geen enkel wettelijke rechtskracht en kan dus ook niets opleggen of een wet interpreteren!! Een voorbeeld: als de VCT schrijft dat een oproep aan bepaalde bedrijven om mee te dingen naar een gemeentelijke opdracht, dan is dat een eigen interpretatie die nergens in de wet staat. Bovendien gaat de VCT eraan voorbij dat bijvoorbeeld een lening bij bank aangegaan wordt bij de hoofdzetel. Volgens mij heeft geen enkele bank die in Voeren. Faciliteiten zijn er enkel voor de inwoners van Voeren, niet voor derden. Bij uitbreiding van opdrachten is er dus nooit sprake van een "bericht aan de bevolking".

 

Overwegende dat het Arbitragehof in zijn arrest nr. 26/98 van 10 maart 1998 omtrent de taalregeling stelde hetgeen volgt : “Hoewel de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken ten behoeve van Franstalige inwoners in de randgemeenten in een bijzondere regeling voorzien die hen toestaat hun betrekkingen met de plaatselijke diensten in het Frans te voeren en die aan die diensten de verplichting opleggen om in bepaalde in die wetten nader omschreven omstandigheden het Frans te gebruiken, doet die regeling geen afbreuk aan het principieel eentalig karakter van het Nederlandse taalgebied, waartoe die gemeenten behoren. Zulks impliceert dat de taal die er in bestuurszaken moet worden gebruikt in beginsel het Nederlands is en dat bepalingen die het gebruik van een andere taal toestaan niet tot gevolg mogen hebben dat afbreuk wordt gedaan aan de door artikel 4 van de Grondwet gewaarborgde voorrang van het Nederlands”.

 

Dit is uiteraard bijzonder pijnlijk voor de scribenten van Retour à Liège. Zij proberen de mensen al jaren wijs te maken dat de gemeente bestuurlijk (bijvoorbeeld ook in de gemeenteraad) een tweetalige gemeente is. Het voormalige Arbitragehof (nu Grondwettelijk Hof) oordeelde daar in gelijkaardige gemeenten (waarvan de meesten nochtans ruimere faciliteiten moeten toepassen dan wij) helemaal anders over en komt tot de conclusie dat wij wel degelijk bestuurlijk eentalige gemeenten zijn. Tot spijt van wie het benijdt.

 

Tot slot nog deze visietip: als men bij RAL denkt dat de mensen wakker liggen van hun achterhoedegevecht, dan vrees ik dat ze geen inzicht hebben in de Voerense politiek. De mensen willen dat er gewerkt wordt voor hen en dat gebeurt met absolute zekerheid en zichtbare resultaten!

 

Ik heb echter niet de pretentie om te hopen dat de leiders van RAL en hun medestanders zoals de voormalige adjunct-arrondissementscommissaris dat zullen inzien.

 

 

 

22:07 Gepost door huub.broers@skynet.be | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |